Het recht rond elektronische
handtekeningen:
Richtlijn 1999/93/EG en de omzetting
in België en Nederland
Arno R. Lodder
Jos
Dumortier
Stephanie H. Bol
Kluwer, Deventer 2005
Voorwoord
De Europese Richtlijn 1999/93/EG betreffende een gemeenschappelijk
kader voor elektronische handtekeningen verscheen in januari 2000 in
het Publicatieblad van de Europese Gemeenschap. Zoals in alle landen
van de Europese Gemeenschap is deze richtlijn ook in België en
Nederland omgezet in nationale wetgeving. Over het effect en het belang
van deze wetgeving bestaat veel discussie. Soms wordt zelfs beweerd dat
elektronische handtekeningen in de praktijk zelden of nooit worden
gebruikt.
Het kan niet ontkend worden dat de auteurs van de Europese richtlijn
zijn uitgegaan van een scenario dat uiteindelijk niet volledig is
uitgedraaid zoals men het had verwacht. Volgens dat scenario zou het
gebruik van sterk beveiligde elektronische handtekeningen gestoeld op
het gebruik van chipkaarten en digitale identiteitscertificaten op heel
korte termijn in alle mogelijke toepassingen en transacties doorbreken.
Mede door het uiteenspatten van de Internetluchtbel en door de
vertraagde economische groei vanaf 2002 gebeurde dit veel langzamer dan
door velen was voorspeld.
Gelukkig heeft de Europese wetgever in de richtlijn ook pogingen
ondernomen om de grenzen van specifieke technologieën voor
elektronische handtekeningen te overstijgen. Dat komt thans goed uit
want in de praktijk worden in talrijke toepassingen, ondermeer voor
Internetbankieren of voor e-governmenttransacties allerlei minder
beveiligde vormen van elektronische handtekeningen gebruikt.
Bovendien is in de laatste tijd de aandacht voor IT-governance en
daardoor ook voor informatiebeveiliging weer sterk toegenomen. Ook
overheidsinitiatieven zoals de lancering van de elektronische
identiteitskaart in België, brengen de aandacht voor de
elektronische handtekening weer op gang.
Hoewel over de juridische aspecten van elektronische handtekeningen al
zeer veel is geschreven, ontbrak vooralsnog een systematische en
uitgebreide analyse van de nationale wetgeving van België en
Nederland hierover, mede in het licht van de Europese Richtlijn. Naar
ons is gebleken bestaat hieraan zowel in de praktijk als in de
wetenschap behoefte. Wij hopen met dit boek op een adequate wijze in de
bestaande lacune te voorzien.
Amsterdam, Leuven, januari 2005
Arno R. Lodder
Jos Dumortier
Stephanie Bol